De dood van de mensheid en een pleidooi voor het leven  (hoofdpagina)

Recensie door Frank J. Van Oordt, directeur Christenen voor Israël, in Profetisch Perspectief (juni 2020)

   Richard Weikart is hoogleraar moderne Europese geschiedenis aan de California State University. Hij heeft eerder gepubliceerd over de invloed van de evolutieleer op het denken, de ethiek en de moraal van onze westerse wereld. Dit boek past in die lijn. Het boek laat zien hoe invloedrijke denkers ethische vragen hebben benaderd. Door de denkprocessen in kaart te brengen toont Weikart hoe zij de joods-christelijke wortels hebben losgelaten. Juist het evolutionistisch denken leidt uiteindelijk tot een doodvonnis over de mensheid. In onze huidige maatschappij zien we een aantal gevolgen: genocide, abortus, euthanasie en zelfdoding. De auteur wijst vanuit zes sporen in het westerse denken aan hoe het allemaal gekomen is. Die zes sporen onderbouwt hij met veel kennis en citaten van moderne wetenschappers. De betreffende sporen zijn:

1. Wij zijn niets meer dan machines.
2. Wij zijn niets meer dan dieren.
3. Onze genen bepalen wie we zijn.
4. Onze opvoeding bepaalt wie we zijn.
5. Genot is het enige wat telt.
6. Alleen een 'supermens' zal iets voorstellen, de gewone mens is niets.

   Dr. Weikart laat op indrukwekkende wijze zien hoe de westerse mensheid sinds de verlichting bergafwaarts is gegaan. De praktijken in nazi-Duitsland leken wellicht incidenten, maar blijken helaas voorboden te zijn geweest van wat we in onze maatschappij meemaken. Hij toont aan dat een monotheïstisch wereldbeeld, of eigenlijk het christelijk geloof, de enige uitkomst is. Door Jezus mogen we breken met dood en verderf. Jezus zegt: 'Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.'
   Veel zaken die in ons liberale Nederland spelen, kunnen we gemakkelijk plaatsen in de achtergronden die in dit boek worden geschetst. Het helpt om de tekenen van deze tijd te duiden en ook te zien wat er in onze maatschappij werkelijk aan de hand is. Het boek is zeer leesbaar geschreven, zeker voor mensen die enige diepgang waarderen. Ik wil het boek van harte aanbevelen. Om in deze wereld maar niet van deze wereld te zijn, is het belangrijk te weten waarop moderne opvattingen gegrond zijn. Dat maakt Richard Weikart heel goed duidelijk.


Recensie door ds. W. J. J. Glashouwer (1 mei 2020), president Christians for Israel International

   Wie de inhoudsopgave van dit prachtige boek tot zich laat doordringen, ontdekt meteen wat de auteur bezielt: een heldere analyse van het denkklimaat van de moderne Westerse beschaving. Enkele zinsneden uit dit boek maken duidelijk wat u van dit boek kunt verwachten.

   ‘Nu de invloed van het christendom in het westen langzaam afneemt, wordt onze beschaving overspoeld door een golf van een nieuw heidendom, van atheïsme en materialisme. De mens die zich vrijmaakt van elke vorm van joods-christelijk denken, komt terecht in een geestelijk vacuüm dat daarna gevuld wordt met allerlei onheilspellende theorieën, filosofieën en ideologieën.’
   ‘De unieke waarde van elk mens - een idee dat geworteld is in de joods-christelijke ethiek - was eeuwenlang de hoeksteen van de westerse samenleving, maar darwinisten, postmoderne relativisten, seculiere humanisten en een bonte verzameling van zogenaamde ‘vrijdenkers’ en zelfbenoemde ‘experts’ hebben dat fundamentele principe aangevallen en hebben zich genesteld in de academische wereld en in onze cultuur als de nieuwe ‘wijzen’ van de tijd.
   ‘We naderen de tijd waarin wij ontkennen dat ‘alle mensen gelijk geschapen zijn, en dat zij door hun Schepper begiftigd zijn met bepaalde onvervreemdbare rechten, waaronder leven, vrijheid, en het streven naar geluk.’

   Over de invulling van dit laatste, ‘het streven naar geluk’ zegt Weikart: ‘Zoals we zullen zien, hebben sinds de Verlichting veel filosofen en experts beweerd dat ‘genot’ de maat van de moraal is. Daarin volgden zij de Griekse filosoof Epicurus. Die filosofie verheft ‘genot’ tot het summum bonum, het hoogste goed, zodat ‘genot’ het hoogste doel van het leven wordt en dus het belangrijkste streven van de mens. Ja, deze epicurische filosofie kende een opleving in het vroege moderne Europa, ten dele door de herontdekking in 1417 van een werk van de Romeinse dichter Lucretius, Over de aard der dingen (De rerum natura), dat heel populair werd onder Europese intellectuelen.’

   ‘Stephen Greenblatt, de literatuurwetenschapper en Pulitzerprijswinnaar van de Harvard Universiteit, verhaalt over het belang van de herontdekking van dit werk voor het moderne denken. Hij merkt daarbij terecht op dat de epicurische principes die Lucretius verkondigde ‘een gruwel voor de rechtse christelijke orthodoxie was’. Greenblatt sluit zijn boek af met de constatering dat Lucretius’ invloed ook de Amerikaanse kust bereikte. Thomas Jefferson, die ten minste vijf Latijnse edities en drie vertalingen bezat van Over de aard der dingen zei eens in een brief aan William Short (die in 1792 nog een jaar lang de ambassadeur van Amerika in Nederland was): ‘Ik ben een epicurist.’ Het is dan ook geen wonder dat hij in de Onafhankelijkheidsverklaring volhield dat ‘het streven naar geluk’ een van de onvervreemdbare rechten van de mens is’ (Greenblatt, S., The Swerve: How the Renaissance Began (London: Bodley Head, 2011), pag. 202, 262-63).

   Dit is een profetisch geladen boek. Als wij Weikarts profetische waarschuwingen negeren, heeft dat niet alleen negatieve gevolgen voor onze eigen vrijheid en ons eigen voortbestaan, maar ook - en dat is nog belangrijker - voor die van ons nageslacht.

Of is er hoop?

   Het grote thema van de bijbelse openbaring is de weg van schepping tot herschepping. ‘Babylon’, de stad van de mens, versus ‘Jeruzalem’, de stad Gods. De grote ziener van het laatste bijbelboek ‘De Openbaring van Jezus Christus’ weet het echter zeker: ‘Babylon’ zal tenslotte vallen en ‘Jeruzalem’ zal vanuit de hemelse dimensies neerdalen op aarde. Maar de geboorte van de nieuwe tijd zal door hevige en pijnlijke geboorteweeën heengaan.
   Moge de tijd spoedig aanbreken dat wij allen mogen komen - zoals de Apostel Petrus het Joodse volk en ons allen oproept in Handelingen 3:19-21: ‘Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher.’
   Er is dus hoop. De terugkeer van het Joodse volk naar Israël is het grootste teken van hoop dat onze stervende wereld ooit gezien heeft. Het begin en beginsel van de uiteindelijke verlossing van mensheid en wereld is op gang gekomen.


Reactie van de auteur op de recensie van dr. A. Prosman in RD Boeken (14-02-2020)

De recensie is hier online te lezen.

   Over het algemeen stel ik de recensie wel op prijs, maar er zijn twee punten die ik niet goed kan plaatsen. De recensent zegt: ‘In zijn hele boek nemen Darwin en Nietzsche een voorname plaats in. Alle negatieve veranderingen die zich in de moderne tijd hebben voorgedaan, zijn aan hen te wijten.’ De eerste zin klopt wel, maar de tweede niet, omdat ik ook veel andere denkers bespreek, waaronder velen die aan Darwin en Nietzsche voorafgingen. Het tweede punt dat ik niet goed kan volgen is de bewering dat ik de Verlichting en de Holocaust te sterk aan elkaar koppel. Waar doe ik dat? Voor zover ik weet, verbind ik de Verlichting nergens op directe wijze aan de Holocaust. Ook is het zo dat als ik de Verlichting bespreek, ik duidelijk onderscheid maak tussen de conventionele Verlichting (de hoofdrichting) en de radicale Verlichting, waarbij ik vooral laatstgenoemde bekritiseer (hoewel eerstgenoemde ook bekritiseerd kan worden, maar dat was niet het doel van mijn boek).


Recensie door Michiel Koers - Maandblad Reveil (februari 2020) - web

   De meeste christenen geloven dat een mens, geschapen naar Gods beeld, intrinsieke waarde heeft. Weikart toont hoe dat idee onder invloed van ‘evolutionair denken’ steeds meer ter discussie komt te staan. Dit leidt tot acceptatie van abortus en zelfs infanticide (het doden van ‘minderwaardige’ kinderen). Ook euthanasie wordt steeds meer geaccepteerd, zeker als het gaat om zieke of ‘onproductieve’ ouderen. Deze extreme denkbeelden hebben diepe impact op onze maatschappij. Een schokkende eyeopener.


Recensie door prof. dr. mr. D. P. (Dick) Engberts - NBD|Biblion (29 januari 2020)

   Dit boek verkondigt meningen. Luid en duidelijk en op elke pagina. Het is een geleerd en gedetailleerd boek en toch is de boodschap kort samen te vatten: alle levens- en wereld- en mensbeschouwingen die onchristelijk zijn, leiden onontkoombaar tot dood en verderf. Van abortus tot genocide, van terreur tot euthanasie, van dierenrechten-activisme tot de evolutietheorie. Alleen de joods-christelijke traditie biedt het juiste inzicht en leidt tot de juiste politiek en praktijk. Een nogal massief geschreven boek dus. Het is niet prekerig of dweperig, maar gedetailleerd en argumentatief - alles geschreven vanuit het rotsvaste geloof in het eigen grote gelijk. De (Amerikaanse) auteur is hoogleraar moderne geschiedenis in Californië. Zijn belezenheid is groot, maar zijn boek nodigt niet uit tot dialoog. Het getuigt, analyseert en proclameert - bladzijde na bladzijde. Daardoor zal het boek vooral worden gewaardeerd door lezers die het toch al eens waren met de auteur.


Reactie van de auteur

   'Ik ben blij dat de recensent de geleerdheid van mijn boekt onderschrijft, maar een van de belangrijkste dingen die deze recensent heeft gemist, is dat veel van de seculiere denkers die ik noem in mijn boek zelf erkennen dat hun wereldbeschouwing hen geen redenen geeft om te denken dat menselijk leven waarde heeft en een doel en betekenis heeft. Nietzsche bijvoorbeeld, verkondigde luidkeels dat het leven zonder (het bestaan van) God geen moraal, liefde, barmhartigheid of doel heeft. Bertrand Russell, die een andere filosofie als uitgangspunt had, was het wat dit betreft grotendeels met Nietzsche eens. Ik ben het op dit punt ook met Nietzsche eens, maar terwijl hij in de dood van God geloofde en dus genoot van de afwezigheid van moraal, liefde en barmhartigheid, geloof ik in het bestaan van God, liefde en moraal. Ik zou zeggen, lees mijn boek en ontdek waarom.
   Ik vind het ook vrij bizar om bekritiseerd te worden voor het schrijven van een boek ‘vanuit het rotsvaste geloof in het eigen grote gelijk’, of ‘vanuit een diep geloof in het eigen gelijk’. Natuurlijk denk ik dat het klopt wat ik schrijf. Wil de recensent soms liever dat ik lieg? Of hypocriet ben (wat de enige alternatieven zijn voor het schrijven van wat je denkt dat waar is)? Ik dacht dat zeggen wat volgens jou waar is een deugd is. En natuurlijk ben ik meer dan bereid om deze punten te bespreken of te debatteren over deze punten met hen die het niet met me eens zijn (zie bijvoorbeeld mijn radiodebat met Peter Singer, dat op YouTube gemakkelijk te vinden is). Ik ben ook bereid om van gedachten te veranderen, maar alleen wanneer iemand mij met logische en geldige argumenten laat zien waar ik het eventueel mis heb. Dat is hoe de wetenschap zou moeten werken.'


Recensie door historicus dr. H. A. Hofman - 27 november, 2019

    Over de recensent, dr. Hofman. In 1983 promoveerde hij op Constantijn Huygens als secretaris van het Oranjehuis. Hij heeft 45 jaar gewerkt in het Hoger Beroepsonderwijs en in het Voortgezet Onderwijs. Hij heeft een tiental boeken op zijn naam staan. In 2008 verscheen Verlicht of Verblind? Over het contrast tussen het traditionele Christendom en het Verlichtingsdenken. In 2009 verscheen Het bittere conflict. Over Schepping en Evolutie in het jaar van Darwin en Calvijn. In 2014 verscheen Buen Camino. Tegenstem in een seculiere samenleving.
    Het boek De dood van de mensheid van Richard Weikart wordt besproken op bol.com (dat is overigens een NBD|Biblion recensie die na een gegrond verklaarde klacht onzerzijds verwijderd zal worden en vervangen zal worden door een minder vooringenomen recensie - uitgever). De auteur van deze bespreking vindt het ‘een extreem vooringenomen boek’, geschreven voor ‘een kleine, maar fanatieke achterban van rechts-conservatieve christenen’.
    Een merkwaardige constatering. ‘Fanatieke en rechts-conservatieve christenen’ kunnen er geen doortimmerde mening op na houden? En waarom is dit boek ‘extreem vooringenomen’ als Richard Weikart zich baseert op tal van vooraanstaande wetenschappers en filosofen die toch echt opschrijven dat leven dat er in hun ogen niet toe doet beëindigd mag worden? De schrijver van deze NBD|Biblion recensie is zelf vooringenomen en doet bovendien aan stigmatisering.
    Richard Weikart laat goed zien dat als wij de absolute norm dat al het leven beschermwaardig is loslaten, mensen zelf gaan beslissen wie er recht op leven heeft en wie niet. Dat is een ontzettend gevaarlijke weg, dat heeft de geschiedenis wel uitgewezen. Het recht op leven gaat afhangen van subjectieve criteria, die in de praktijk steeds weer opgerekt worden. Voorstaanders van het recht op levensbeëindiging spreken in de meeste gevallen niet voor zichzelf. De meeste filosofen, onderzoekers, schrijvers en politici die verklaren dat het leven van een ander niet waardevol is, hechten wel aan hun eigen leven, merkt Weikart droog op.
    Wij staan voor de vraag wat de kernwaarden van een samenleving zijn. Al in 1995 noemde paus Johannes Paulus II (1920-2005) de Westerse cultuur ‘een cultuur van de dood’. In 2013 noemde minister-president Rutte abortus, euthanasie en het homohuwelijk onopgeefbare ‘verworvenheden’ van de moderne tijd. Deze ‘verworvenheden’ zijn gelieerd aan dood en onvruchtbaarheid. Als een samenleving daar trots op is, is dat een teken van decadentie en is een samenleving niet langer vitaal en levenskrachtig.
    Vanaf de Verlichting (eind 18de eeuw) wordt het idee dat het menselijk leven uniek en speciaal is, vaarwelgezegd. Weikart laat zien hoe de meest vooraanstaande onderzoekers en denkers uit verleden en heden (Darwin, Nietzsche, Marx, Bertrand Russell, Sartre, Richard Dawkins, Ayn Rand, Peter Singer) allemaal uitkomen bij de opvatting dat minderwaardig leven mag verdwijnen. Maar wanneer is leven minderwaardig? Is een gehandicapte vanwege zijn handicap minderwaardig? Dat is een onbarmhartig standpunt dat bovendien voorbijgaat aan het gegeven dat een gehandicapte een betekenisvol leven kan leiden. Het christelijk geloof schrijft voor dat wij deze mensen liefdevol, zorgzaam en barmhartig tegemoet moeten treden. Is dat niet veel positiever dan de weg van abortus en euthanasie op te gaan waar het leven wordt afgesneden om voor onszelf ruimte te creëren?
    Een sterk punt in dit boek is dat Weikart laat zien hoe het betoog van seculiere denkers steeds weer uitloopt op een cirkelredenering en hoe men verstrikt raakt in tegenstrijdigheden. Deze mensen verwerpen een objectieve moraal, maar gebruiken toch steeds de taal van het morele oordeel. Zij noemen bijvoorbeeld het een ‘beter’ dan het ander. Hoe kun je echter een moreel oordeel vellen, en tegelijk beweren dat er geen objectieve moraal bestaat? Als die objectieve moraal niet bestaat, waarom is dan het een ‘beter’ dan het andere? De meeste wetenschappers willen alleen uitgaan van empirisch verifieerbare feiten. Maar ze gaan eraan voorbij dat hun eigen wetenschapsvisie evenmin empirisch verifieerbaar is. Dergelijke analyses maken het boek van Weikart erg waardevol. De lezer krijgt instrumenten in handen waarmee hij of zij het debat aan kan gaan.
    De opsomming aan literatuur waarin het menselijk leven gedevalueerd wordt tot niet meer dan materie is ontstellend omvangrijk en getuigt tegelijk van de enorme belezenheid van Weikart. Tegenover die vloed aan elkaar versterkende opvattingen plaatst Weikart de bijbelse barrière: handen af van het leven dat door God is geschapen. De mens is zelfs naar het beeld van God geschapen. Daarom heeft elk leven een intrinsieke waarde en recht op bescherming. Ook het leven dat als ‘onvolkomen’ of ‘onvolwaardig’ wordt gezien.
    Ik beveel dit boek van harte aan. Er rolt een vernietigende golf over onze samenleving heen. Elk tegengeluid is welkom, zeker als het zo goed gefundeerd is als in dit boek. Ik besef dat de meeste mensen zich niet zullen laten overtuigen. Kijk maar wat de bol.com recensent ervan maakt (zoals gezegd is dat een NBD|Biblion recensie die verwijderd zal worden - uitgever). En toch is het onze plicht op de bres te blijven staan voor wat bijbelse waarden zijn.
    Het boek is zorgvuldig vertaald en geannoteerd door E. W. J. Maatkamp. Richard Weikart is hoogleraar moderne Europese geschiedenis aan de Californian State University, Stanislaus.


Recensie door ds. Jenno Sijtsma - 5 oktober, 2019

   De bioloog en hoogleraar Eric Pianka (Universiteit van Texas) ontving van de Academie van Wetenschappen in Amerika in 2006 een prestigieuze prijs omdat hij zo’n uitnemende wetenschapper was. Toen hij de prijs in ontvangst nam suggereerde hij onder meer in zijn toespraak dat het heilzaam zou zijn wanneer 90 procent van de wereld-bevolking uitgeroeid zou worden door ebola. Mensen waren volgens hem niet meer of beter dan bacteriën. Na het laatste woord van zijn toespraak kreeg hij van het geleerde gezelschap een staande ovatie.


Pianka en Singer

   Deze geleerde voert ook campagne tegen wat hij ‘antropocentrisme’ noemt, dat wil zeggen het ‘dwaze’ idee dat mensen uniek zijn en een meerwaarde zouden hebben boven alle andere organismen. Dat is niet alleen zijn standpunt, maar er zijn vele honderden zo niet duizenden geleerden die in principe dezelfde mening zijn toegedaan. Om nog een voorbeeld te mogen noemen: de bio-ethicus Peter Singer beweert in zijn boek De ontheiliging van het menselijk leven dat het zonder meer een dwaasheid is te beweren dat mensen uniek zijn en een speciale status zouden verdienen boven de dieren. De mens is slechts een kosmisch ongelukje. Vanuit zijn standpunt vindt hij ook dat het menselijk leven geen enkele intrinsieke waarde heeft en daarom is hij een belangrijke voorvechter van abortus, infanticide (het doden van kinderen) en euthanasie. Deze visie betekent ten principale dat het leven van de mens geen enkele betekenis heeft en zonder doel is, kortom niets is echt van belang. Al met al kom ik er toe aandacht te besteden aan wie en wat de mens is.


Wat is de mens?

   Uit wat bovengenoemde twee geleerden zeggen, valt de conclusie te trekken dat het beter was als de mens niet had bestaan. Hieronder noem ik een aantal andere geleerden die een nadrukkelijk standpunt hebben over wat de mens is en wat hij in wezen niet is. Sommige mensen zijn te waarderen omdat ze bepaalde eigenschappen hebben, maar dat geldt dan met name voor die mens die excelleert wat het verstand betreft en daardoor boven de rest van de mensheid komt te staan. La Mettrie was van mening dat de ziel slechts een levensbeginsel is en niet meer is dan de hoofdveer van de menselijke machine. Zoals rauw vlees dieren wreed maakt, zo kan dat volgens hem ook effect hebben op de mens. Hij leed aan vraatzucht en dat was net als de dieren een onomkeerbaar lot: hij was een machine en daardoor niet verantwoordelijk voor zijn gedrag, zo meende hij. Ook Helvétius beweerde dat de mens een machine was en dat het gedrag van de mens daarom vaststond (determinisme); hij was niet meer dan een marionet, die hooguit door de onderwijs en omgeving enigszins zou kunnen veranderen. En dan is daar Darwin, die van mening was dat de mens uit de dieren voortkomt en alleen kwantitatief en niet kwalitatief van de ‘andere dieren’ verschilt. De mensen hebben dezelfde eigenschappen die de dieren ook hebben, en volgens hem is het dus onzin te beweren dat de mens een ziel heeft. De mens is net zo organisch als de gal of de lever, zo leerde Darwin. Bekend is ook de Engelsman Dawkins, die eerst een karikatuur van het christendom maakte en het daarna verwierp. Hij meende te kunnen bewijzen dat de mens slechts onbelangrijke bewegende materie is. In zijn veelgelezen boek De blinde horlogemaker leerde hij dat alles in het universum wel ontworpen leek te zijn voor een doel, maar dat dit in werkelijkheid niet zo is. Hij vond ook dat het idee van een vrije wil een lachertje en bepaald onwetenschappelijk is. Ook mensen als Nietzsche, Heidegger en Sartre hadden dezelfde ideeën. Nietzsche was van mening dat het doden van mensen met een handicap goed was. Hij verwierp de mensenrechten en de moraal en sprak minachtend van de mensheid als een ‘kudde’. Sartre was van mening dat het leven absurd is en dat het doden van onschuldige mensen te rechtvaardigen is. Al met al is te concluderen dat deze geleerden en velen met hen voorstander zijn en waren van het atheïsme en het secularisme, dat euthanasie en zelfdoding toegestaan moeten worden en dat de mens alleen maar zelf over leven en dood beslist. Het leven op zich is alleen maar zinloos, doelloos en waardeloos.


Wie is de mens?

   Tegenover de visie van veel atheïsten en reductionisten staat de mening en het geloof van vele anderen, ook honderdduizenden, ja, miljoenen, die dus totaal anders over de mens denken. Hier valt te wijzen op het christelijke geloofsstandpunt dat de mens en alles geschapen is door God. De mens is de kroon op die schepping, geschapen naar het beeld van God, en daarom is het leven uitermate waardevol en heeft het leven wel degelijk doel en zin. Zoals in het secularisme het menselijk leven geen waarde heeft, zo is in het christelijk geloof God en de naaste liefhebben van hoge morele waarde, dat als het goed is het doen en laten van de christen bepaalt. Ik denk aan de atheïstisch grootgebrachte C. S. Lewis, die na zijn bekering volmondig en direct sterke apologetische boeken schreef en met name door zijn Onversneden Christendom en De afschaffing van de mens velen tot inkeer wist te brengen en tot het geloof in Jezus als hun Redder. Hij baseerde zich op de Bijbel en Christus zelf, die verkondigde dat er een totaal ander, geestelijk leven na dit leven zou komen, en dat het koninkrijk van God aan de mensen doel en zin zou geven. Ik denk ineens aan Thomas Merton, die een lange tijd in eenzaamheid doorbracht en Gods nabijheid ervoer. Hij schreef in zijn Overdenkingen in eenzaamheid dat als we Christus volgen, we vroeg of laat alles moeten riskeren om alles te winnen en het zekerste teken dat wij geestelijk inzicht hebben gekregen in Gods liefde voor ons, is dat we onze armoede kunnen waarderen in het licht van Zijn oneindige genade. De historicus Richard Weikart is ervan overtuigd, en hij beweert in zijn boek dat de titel van deze bespreking bevat, dat er goede, logisch sluitende, historische, wetenschappelijke, emotionele en geestelijke redenen zijn om het monotheïsme (het geloof in één God), en dan vooral het christelijk geloof, te verkiezen boven andere religies. Dat betekent ook dat er van de gelovige veel wordt gevraagd in deze spannende tijd, waarin volgens Claartje Kruijff, die eerder Theoloog des Vaderlands is geweest, kwetsbaarheid de essentie van ons bestaan is. Dat brengt met zich mee niet eenzijdig te kiezen voor of tegen euthanasie (dat in ons land al gelegaliseerd is), en ons bewust te zijn van wat het probleem van het eventuele zelfbeschikkingsrecht betekent en dat het veel van ons vraagt uit respect voor het leven van mens en dier. Allerlei moeilijke vraagstukken hieromtrent roepen ons op ons te realiseren hoe gemakkelijk we op een hellend vlak komen waarop geen weg terug meer is. Dat geldt ook voor de navolging van Christus die niet voor niets Zijn leerlingen vroeg of er nog geloof zal zijn als Hij terugkomt op aarde. Waarvan akte.


Recensie door de redactie van het Katholiek Nieuwsblad (23 juni 2016) - web

   Richard Weikart, hoogleraar moderne Europese geschiedenis, is bekend doordat hij, onder meer in From Darwin to Hitler en Hitler’s Ethic, aantoonde hoezeer darwinistische denkschema’s ten grondslag liggen aan het nazisme. En hoe vooraanstaande Duitse biologen destijds de wetenschappelijke schouders onder Hitlers project zetten. In zijn nieuwe boek speelt het darwinisme slechts een ondergeschikte rol. Weikart beschrijft als het ware vanuit een helikopter wat er de afgelopen eeuwen met ons gebeurd is.


Verlichtingssprookje

   Hoezeer we afgedwaald zijn van het besef schepsels naar het beeld van God te zijn in een geschapen werkelijkheid. In plaats daarvan zijn we gaan geloven in het verlichtingssprookje van een evolutionaire ‘mens-machine’ (La Mettrie) die door zijn machtswil (Nietzsche) voorbestemd is naar de volmaaktheid van de Übermensch te streven. Van hieruit ontplooit zich in de geschiedenis een enorm potentieel tot onmenselijkheid, zoals niet alleen het nazisme, maar vooral het communisme heeft laten zien. We geloven dat we onwelkome of ondoelmatige mens-machines naar de schroothoop mogen verwijzen.


Terugkeer

   Dit is een belangrijke ideologische achtergrond van zulke uiteenlopende zaken als abortus, euthanasie en sterilisatie van (geestelijk) gehandicapten. De herinnering aan Hitlers verschrikkingen heeft in die ontwikkeling slechts tijdelijk oponthoud gebracht, waarschuwt Weikart. We zien al die ideeën vandaag terugkeren, zoals ze zich trouwens ook al vóór het nazisme onder beschaafde mensen verbreid hadden.


Waardigheid van menselijk leven

   Zo was de legendarische hoogste raadsheer (Chief Judge) van het Amerikaanse Hooggerechtshof, Oliver Wendell Holmes jr. een enthousiaste eugeneticus die in 1927 gedwongen sterilisatie goedkeurde. Het doden van ‘inadequate’ kinderen vond hij geen enkel probleem, zoals uit zijn privé-correspondentie blijkt. Meneer was evolutionair geïnformeerd, en consistentie daarin kon je hem bepaald niet ontzeggen. Zo zijn we het respect voor de waardigheid van menselijk leven in beginsel kwijtgeraakt, ook al willen veel goede mensen, ook veel darwinisten, daar ondanks alles aan vasthouden, zij het in eigen beleving tegen beter weten in.


‘Cultuur van de dood’

   Overigens laat Weikart goed zien hoe anderzijds ijveraars voor het doden van ‘onwaardig leven’ zoals Holmes in feite evenzeer een onbewust beroep doen op een moraal, ook al kan daar in hun eigen denken geen basis voor bestaan. Materialistisch denken is intrinsiek tegenstrijdig en zelfweerleggend, en daarom per definitie logisch onhelder. Weikart toont het keer op keer aan. Een zeer leesbaar geschreven boek over de historische en filosofische achtergrond van onze ‘cultuur van de dood’ (Johannes Paulus II), waar zovelen het liever niet over hebben.