De dood van de mensheid en een pleidooi voor het leven  (hoofdpagina)

Recensie door historicus dr. H. A. Hofman - 27 november, 2019

    Over de recensent, dr. Hofman. In 1983 promoveerde hij op Constantijn Huygens als secretaris van het Oranjehuis. Hij heeft 45 jaar gewerkt in het Hoger Beroepsonderwijs en in het Voortgezet Onderwijs. Hij heeft een tiental boeken op zijn naam staan. In 2008 verscheen Verlicht of Verblind? Over het contrast tussen het traditionele Christendom en het Verlichtingsdenken. In 2009 verscheen Het bittere conflict. Over Schepping en Evolutie in het jaar van Darwin en Calvijn. In 2014 verscheen Buen Camino. Tegenstem in een seculiere samenleving.
    Het boek De dood van de mensheid van Richard Weikart wordt besproken op bol.com (dat is overigens een NBD|Biblion recensie die na een gegrond verklaarde klacht onzerzijds verwijderd zal worden en vervangen zal worden door een minder vooringenomen recensie - uitgever). De auteur van deze bespreking vindt het ‘een extreem vooringenomen boek’, geschreven voor ‘een kleine, maar fanatieke achterban van rechts-conservatieve christenen’.
    Een merkwaardige constatering. ‘Fanatieke en rechts-conservatieve christenen’ kunnen er geen doortimmerde mening op na houden? En waarom is dit boek ‘extreem vooringenomen’ als Richard Weikart zich baseert op tal van vooraanstaande wetenschappers en filosofen die toch echt opschrijven dat leven dat er in hun ogen niet toe doet beëindigd mag worden? De schrijver van deze NBD|Biblion recensie is zelf vooringenomen en doet bovendien aan stigmatisering.
    Richard Weikart laat goed zien dat als wij de absolute norm dat al het leven beschermwaardig is loslaten, mensen zelf gaan beslissen wie er recht op leven heeft en wie niet. Dat is een ontzettend gevaarlijke weg, dat heeft de geschiedenis wel uitgewezen. Het recht op leven gaat afhangen van subjectieve criteria, die in de praktijk steeds weer opgerekt worden. Voorstaanders van het recht op levensbeëindiging spreken in de meeste gevallen niet voor zichzelf. De meeste filosofen, onderzoekers, schrijvers en politici die verklaren dat het leven van een ander niet waardevol is, hechten wel aan hun eigen leven, merkt Weikart droog op.
    Wij staan voor de vraag wat de kernwaarden van een samenleving zijn. Al in 1995 noemde paus Johannes Paulus II (1920-2005) de Westerse cultuur ‘een cultuur van de dood’. In 2013 noemde minister-president Rutte abortus, euthanasie en het homohuwelijk onopgeefbare ‘verworvenheden’ van de moderne tijd. Deze ‘verworvenheden’ zijn gelieerd aan dood en onvruchtbaarheid. Als een samenleving daar trots op is, is dat een teken van decadentie en is een samenleving niet langer vitaal en levenskrachtig.
    Vanaf de Verlichting (eind 18de eeuw) wordt het idee dat het menselijk leven uniek en speciaal is, vaarwelgezegd. Weikart laat zien hoe de meest vooraanstaande onderzoekers en denkers uit verleden en heden (Darwin, Nietzsche, Marx, Bertrand Russell, Sartre, Richard Dawkins, Ayn Rand, Peter Singer) allemaal uitkomen bij de opvatting dat minderwaardig leven mag verdwijnen. Maar wanneer is leven minderwaardig? Is een gehandicapte vanwege zijn handicap minderwaardig? Dat is een onbarmhartig standpunt dat bovendien voorbijgaat aan het gegeven dat een gehandicapte een betekenisvol leven kan leiden. Het christelijk geloof schrijft voor dat wij deze mensen liefdevol, zorgzaam en barmhartig tegemoet moeten treden. Is dat niet veel positiever dan de weg van abortus en euthanasie op te gaan waar het leven wordt afgesneden om voor onszelf ruimte te creëren?
    Een sterk punt in dit boek is dat Weikart laat zien hoe het betoog van seculiere denkers steeds weer uitloopt op een cirkelredenering en hoe men verstrikt raakt in tegenstrijdigheden. Deze mensen verwerpen een objectieve moraal, maar gebruiken toch steeds de taal van het morele oordeel. Zij noemen bijvoorbeeld het een ‘beter’ dan het ander. Hoe kun je echter een moreel oordeel vellen, en tegelijk beweren dat er geen objectieve moraal bestaat? Als die objectieve moraal niet bestaat, waarom is dan het een ‘beter’ dan het andere? De meeste wetenschappers willen alleen uitgaan van empirisch verifieerbare feiten. Maar ze gaan eraan voorbij dat hun eigen wetenschapsvisie evenmin empirisch verifieerbaar is. Dergelijke analyses maken het boek van Weikart erg waardevol. De lezer krijgt instrumenten in handen waarmee hij of zij het debat aan kan gaan.
    De opsomming aan literatuur waarin het menselijk leven gedevalueerd wordt tot niet meer dan materie is ontstellend omvangrijk en getuigt tegelijk van de enorme belezenheid van Weikart. Tegenover die vloed aan elkaar versterkende opvattingen plaatst Weikart de bijbelse barrière: handen af van het leven dat door God is geschapen. De mens is zelfs naar het beeld van God geschapen. Daarom heeft elk leven een intrinsieke waarde en recht op bescherming. Ook het leven dat als ‘onvolkomen’ of ‘onvolwaardig’ wordt gezien.
    Ik beveel dit boek van harte aan. Er rolt een vernietigende golf over onze samenleving heen. Elk tegengeluid is welkom, zeker als het zo goed gefundeerd is als in dit boek. Ik besef dat de meeste mensen zich niet zullen laten overtuigen. Kijk maar wat de bol.com recensent ervan maakt (zoals gezegd is dat een NBD|Biblion recensie die verwijderd zal worden - uitgever). En toch is het onze plicht op de bres te blijven staan voor wat bijbelse waarden zijn.
    Het boek is zorgvuldig vertaald en geannoteerd door E. W. J. Maatkamp. Richard Weikart is hoogleraar moderne Europese geschiedenis aan de Californian State University, Stanislaus.


Recensie door ds. Jenno Sijtsma - 5 oktober, 2019

   De bioloog en hoogleraar Eric Pianka (Universiteit van Texas) ontving van de Academie van Wetenschappen in Amerika in 2006 een prestigieuze prijs omdat hij zo’n uitnemende wetenschapper was. Toen hij de prijs in ontvangst nam suggereerde hij onder meer in zijn toespraak dat het heilzaam zou zijn wanneer 90 procent van de wereld-bevolking uitgeroeid zou worden door ebola. Mensen waren volgens hem niet meer of beter dan bacteriën. Na het laatste woord van zijn toespraak kreeg hij van het geleerde gezelschap een staande ovatie.


Pianka en Singer

   Deze geleerde voert ook campagne tegen wat hij ‘antropocentrisme’ noemt, dat wil zeggen het ‘dwaze’ idee dat mensen uniek zijn en een meerwaarde zouden hebben boven alle andere organismen. Dat is niet alleen zijn standpunt, maar er zijn vele honderden zo niet duizenden geleerden die in principe dezelfde mening zijn toegedaan. Om nog een voorbeeld te mogen noemen: de bio-ethicus Peter Singer beweert in zijn boek De ontheiliging van het menselijk leven dat het zonder meer een dwaasheid is te beweren dat mensen uniek zijn en een speciale status zouden verdienen boven de dieren. De mens is slechts een kosmisch ongelukje. Vanuit zijn standpunt vindt hij ook dat het menselijk leven geen enkele intrinsieke waarde heeft en daarom is hij een belangrijke voorvechter van abortus, infanticide (het doden van kinderen) en euthanasie. Deze visie betekent ten principale dat het leven van de mens geen enkele betekenis heeft en zonder doel is, kortom niets is echt van belang. Al met al kom ik er toe aandacht te besteden aan wie en wat de mens is.


Wat is de mens?

   Uit wat bovengenoemde twee geleerden zeggen, valt de conclusie te trekken dat het beter was als de mens niet had bestaan. Hieronder noem ik een aantal andere geleerden die een nadrukkelijk standpunt hebben over wat de mens is en wat hij in wezen niet is. Sommige mensen zijn te waarderen omdat ze bepaalde eigenschappen hebben, maar dat geldt dan met name voor die mens die excelleert wat het verstand betreft en daardoor boven de rest van de mensheid komt te staan. La Mettrie was van mening dat de ziel slechts een levensbeginsel is en niet meer is dan de hoofdveer van de menselijke machine. Zoals rauw vlees dieren wreed maakt, zo kan dat volgens hem ook effect hebben op de mens. Hij leed aan vraatzucht en dat was net als de dieren een onomkeerbaar lot: hij was een machine en daardoor niet verantwoordelijk voor zijn gedrag, zo meende hij. Ook Helvétius beweerde dat de mens een machine was en dat het gedrag van de mens daarom vaststond (determinisme); hij was niet meer dan een marionet, die hooguit door de onderwijs en omgeving enigszins zou kunnen veranderen. En dan is daar Darwin, die van mening was dat de mens uit de dieren voortkomt en alleen kwantitatief en niet kwalitatief van de ‘andere dieren’ verschilt. De mensen hebben dezelfde eigenschappen die de dieren ook hebben, en volgens hem is het dus onzin te beweren dat de mens een ziel heeft. De mens is net zo organisch als de gal of de lever, zo leerde Darwin. Bekend is ook de Engelsman Dawkins, die eerst een karikatuur van het christendom maakte en het daarna verwierp. Hij meende te kunnen bewijzen dat de mens slechts onbelangrijke bewegende materie is. In zijn veelgelezen boek De blinde horlogemaker leerde hij dat alles in het universum wel ontworpen leek te zijn voor een doel, maar dat dit in werkelijkheid niet zo is. Hij vond ook dat het idee van een vrije wil een lachertje en bepaald onwetenschappelijk is. Ook mensen als Nietzsche, Heidegger en Sartre hadden dezelfde ideeën. Nietzsche was van mening dat het doden van mensen met een handicap goed was. Hij verwierp de mensenrechten en de moraal en sprak minachtend van de mensheid als een ‘kudde’. Sartre was van mening dat het leven absurd is en dat het doden van onschuldige mensen te rechtvaardigen is. Al met al is te concluderen dat deze geleerden en velen met hen voorstander zijn en waren van het atheïsme en het secularisme, dat euthanasie en zelfdoding toegestaan moeten worden en dat de mens alleen maar zelf over leven en dood beslist. Het leven op zich is alleen maar zinloos, doelloos en waardeloos.


Wie is de mens?

   Tegenover de visie van veel atheïsten en reductionisten staat de mening en het geloof van vele anderen, ook honderdduizenden, ja, miljoenen, die dus totaal anders over de mens denken. Hier valt te wijzen op het christelijke geloofsstandpunt dat de mens en alles geschapen is door God. De mens is de kroon op die schepping, geschapen naar het beeld van God, en daarom is het leven uitermate waardevol en heeft het leven wel degelijk doel en zin. Zoals in het secularisme het menselijk leven geen waarde heeft, zo is in het christelijk geloof God en de naaste liefhebben van hoge morele waarde, dat als het goed is het doen en laten van de christen bepaalt. Ik denk aan de atheïstisch grootgebrachte C. S. Lewis, die na zijn bekering volmondig en direct sterke apologetische boeken schreef en met name door zijn Onversneden Christendom en De afschaffing van de mens velen tot inkeer wist te brengen en tot het geloof in Jezus als hun Redder. Hij baseerde zich op de Bijbel en Christus zelf, die verkondigde dat er een totaal ander, geestelijk leven na dit leven zou komen, en dat het koninkrijk van God aan de mensen doel en zin zou geven. Ik denk ineens aan Thomas Merton, die een lange tijd in eenzaamheid doorbracht en Gods nabijheid ervoer. Hij schreef in zijn Overdenkingen in eenzaamheid dat als we Christus volgen, we vroeg of laat alles moeten riskeren om alles te winnen en het zekerste teken dat wij geestelijk inzicht hebben gekregen in Gods liefde voor ons, is dat we onze armoede kunnen waarderen in het licht van Zijn oneindige genade. De historicus Richard Weikart is ervan overtuigd, en hij beweert in zijn boek dat de titel van deze bespreking bevat, dat er goede, logisch sluitende, historische, wetenschappelijke, emotionele en geestelijke redenen zijn om het monotheïsme (het geloof in één God), en dan vooral het christelijk geloof, te verkiezen boven andere religies. Dat betekent ook dat er van de gelovige veel wordt gevraagd in deze spannende tijd, waarin volgens Claartje Kruijff, die eerder Theoloog des Vaderlands is geweest, kwetsbaarheid de essentie van ons bestaan is. Dat brengt met zich mee niet eenzijdig te kiezen voor of tegen euthanasie (dat in ons land al gelegaliseerd is), en ons bewust te zijn van wat het probleem van het eventuele zelfbeschikkingsrecht betekent en dat het veel van ons vraagt uit respect voor het leven van mens en dier. Allerlei moeilijke vraagstukken hieromtrent roepen ons op ons te realiseren hoe gemakkelijk we op een hellend vlak komen waarop geen weg terug meer is. Dat geldt ook voor de navolging van Christus die niet voor niets Zijn leerlingen vroeg of er nog geloof zal zijn als Hij terugkomt op aarde. Waarvan akte.


Recensie door de redactie van het Katholiek Nieuwsblad (23 juni 2016) - web

   Richard Weikart, hoogleraar moderne Europese geschiedenis, is bekend doordat hij, onder meer in From Darwin to Hitler en Hitler’s Ethic, aantoonde hoezeer darwinistische denkschema’s ten grondslag liggen aan het nazisme. En hoe vooraanstaande Duitse biologen destijds de wetenschappelijke schouders onder Hitlers project zetten. In zijn nieuwe boek speelt het darwinisme slechts een ondergeschikte rol. Weikart beschrijft als het ware vanuit een helikopter wat er de afgelopen eeuwen met ons gebeurd is.


Verlichtingssprookje

   Hoezeer we afgedwaald zijn van het besef schepsels naar het beeld van God te zijn in een geschapen werkelijkheid. In plaats daarvan zijn we gaan geloven in het verlichtingssprookje van een evolutionaire ‘mens-machine’ (La Mettrie) die door zijn machtswil (Nietzsche) voorbestemd is naar de volmaaktheid van de Übermensch te streven. Van hieruit ontplooit zich in de geschiedenis een enorm potentieel tot onmenselijkheid, zoals niet alleen het nazisme, maar vooral het communisme heeft laten zien. We geloven dat we onwelkome of ondoelmatige mens-machines naar de schroothoop mogen verwijzen.


Terugkeer

   Dit is een belangrijke ideologische achtergrond van zulke uiteenlopende zaken als abortus, euthanasie en sterilisatie van (geestelijk) gehandicapten. De herinnering aan Hitlers verschrikkingen heeft in die ontwikkeling slechts tijdelijk oponthoud gebracht, waarschuwt Weikart. We zien al die ideeën vandaag terugkeren, zoals ze zich trouwens ook al vóór het nazisme onder beschaafde mensen verbreid hadden.


Waardigheid van menselijk leven

   Zo was de legendarische hoogste raadsheer (Chief Judge) van het Amerikaanse Hooggerechtshof, Oliver Wendell Holmes jr. een enthousiaste eugeneticus die in 1927 gedwongen sterilisatie goedkeurde. Het doden van ‘inadequate’ kinderen vond hij geen enkel probleem, zoals uit zijn privé-correspondentie blijkt. Meneer was evolutionair geïnformeerd, en consistentie daarin kon je hem bepaald niet ontzeggen. Zo zijn we het respect voor de waardigheid van menselijk leven in beginsel kwijtgeraakt, ook al willen veel goede mensen, ook veel darwinisten, daar ondanks alles aan vasthouden, zij het in eigen beleving tegen beter weten in.


‘Cultuur van de dood’

   Overigens laat Weikart goed zien hoe anderzijds ijveraars voor het doden van ‘onwaardig leven’ zoals Holmes in feite evenzeer een onbewust beroep doen op een moraal, ook al kan daar in hun eigen denken geen basis voor bestaan. Materialistisch denken is intrinsiek tegenstrijdig en zelfweerleggend, en daarom per definitie logisch onhelder. Weikart toont het keer op keer aan. Een zeer leesbaar geschreven boek over de historische en filosofische achtergrond van onze ‘cultuur van de dood’ (Johannes Paulus II), waar zovelen het liever niet over hebben.